Rallye des Routes du Nord.

27 February 2010

Dit jaar zou het er eindelijk van moeten komen ; Carl Braem (Garage Descamps) had me al
verschillende keren met veel enthousiasme verteld over de Rallye des Routes du Nord waarbij rijden over een leuk parcours in Noord-Frankrijk centraal stond, op basis van een roadbook zonder veel moeilijkheden en zonder gepuzzel of er nu al dan niet links of rechts om het driehoekig pleintje moest gereden worden. Op 22 februari besliste ik me in te schrijven en op 23 februari ’s avonds kwam ik tot de vaststelling dat de afspraak met de navigator een beetje is misgelopen. Ik moest op zoek naar iemand anders om me te vergezellen. Vrijdagmiddag nog steeds niemand gevonden totdat Carl me belde met de boodschap dat hij een navigator had gevonden en dat ik de zaterdagmorgen om acht uur bij hem in Wervik aan de garage moest zijn. Zes uur zaterdagmorgen, de wekker loopt af en ik strompel vlug de slaapkamer uit om mijn wederhelft verder te laten slapen. Om zeven uur controleer ik het oliepeil van mijn A, vul een beetje bij, kijk of alles nog stevig vast zit, verwijder de druppellader die er afgelopen maanden heeft voor gezorgd dat de batterij in conditie bleef en hoop dat de wagen na zijn winterrust zal starten. Twee korte pogingen en de motor loopt. Om zeven uur vertrek ik in de regen uit Oosteeklo om via Eeklo (stop aan de geldautomaat), Aalter, Ruiselede, Tielt en Pittem in Ardooie de A17 op te rijden en dan via de A19 en een vlugge tankbeurt om tien na acht bij Carl in Wervik aan te komen alwaar ik Jurgen ontmoet, de copiloot voor de dag. Er staan twee Austin Healeys, een Triumph TR3, een Renault R5 Alpine, een blauwe Mini en Carls voorlopig nog propere Mini Cooper vertrekkensklaar. We rijden naar Armentières en na een korte omweg bereiken we het Lycée professionel Ile de Flandre. De parking staat vol met allerlei moois (o.a. een paar A’s, B’s, een B GT, Austin Healeys, verschillende Triumphs, Alfa’s, Porches, een Jaguar E-type, ...). We schuiven aan om ons teregistreren, we krijgen startnummer 48+ en het roadbook voor de voormiddag. Jurgen leest het reglement na en controleert het roadbook op valstrikken. De hele route is uitgezet aan de hand van het bol-pijl systeem zonder afstand, en met weinig extra informatie. Tot onze grote verbazing vinden we geen door elkaar gegooide nummering in de instructies, geen als bol pijl vermomde visgraat noch andere valstrikken. We moeten enkel controle letters op stopborden, af en toe de drie laatste letters van een straatnaam, soms extra controle letters en de totaal afgelegde afstand per etappe noteren. Tegen half tien kunnen we vertrekken, de eerste instructies brengen ons naar het officiële startpodium op de markt. We rijden het podium op waar een enthousiaste commentator ons aankondigt : “Et maintenant, le numéro 48, une MG B blanche de l’année 78, conduite par Thierry Mechelen” en vervolgens stokt zijn stem. Voor hem staat een rode auto, met een startnummer dat een beetje lijkt op 48. Hij vraagt om mijn eerste indrukken en duwt de micro onder mijn neus. Ik probeer hem te vertellen dat dit een rode A van ’59 is, hij weet eventjes niet meer hoe hij het heeft en wenst ons een prettige dag. We rijden het startpodium af en horen hem nog juist verkondigen dat nu ineens toch het nummer 48, de witte B, voor zijn neus staat. Met een grote grijns op ons gezicht beginnen we er aan. We geraken snel uit het centrum van Armentières met zijn talrijke verkeersdrempels om op allerlei kleine lokale wegen aan onze tocht te beginnen. Het roadbook is duidelijk, geeft mooi slechte wegen (lees : wegen met nog meer modder, kuilen, en gebrek aan goede verharding), wegen beschadigd door de vorst (blijkt dat het waarschijnlijk gaat om de vorst van de afgelopen 50 jaar : tussen de kuilen, stenen, modder en plassen vinden we hier en daar nog een stukje asfalt), punten met weinig zicht, diepe grachten enz. aan. De organisatie laat ons letters op stopborden noteren, wat iedereen eigenlijk verplicht om extra op te letten op plaatsen waar je toch al moest stoppen. Ergens in het midden van het eerste gedeelte laat Jurgen me ineens stoppen, hij denkt dat we een situatie verkeerd hebben ingeschat. We schakelen de tripmaster uit, rijden een beetje achteruit, en concluderen dat we toch nog op de goede weg zitten. Een aantal situaties verder besef ik ineens dat ik vergat de trip opnieuw in te schakelen. We stoppen opnieuw, beginnen een beetje te rekenen en besluiten om 4,2 km bij de afgelegde afstand bij te tellen. Omstreeks 11 uur komen we in Vieux- Berquin voor een korte stop in de lokale herberg “Au Vieux-Berquin”. We zien Carls Mini staan ; noch Jurgen, noch ikzelf zijn verbaasd dat de vanmorgen nog zo propere auto nu al tot op het dak bespat is met modder. Overleg met enkele andere equipes leert ons dat de extra 4,2 km die we bijtelden niet zo heel mis is. Een kwartier later kruipen we terug in de A, noteren de letter “O” op het stopbord bij het verlaten van de parking en zetten we onze weg verder. We rijden terug door het Noord-Franse platteland met af en toe heuvels en mooie vergezichten. Aandacht blijft vereist ; een bocht snijden is niet echt aangewezen omwille van diepe putten net naast het asfalt en veel ruimte om uit te wijken is er niet. Af en toe liggen de wegen er erg vettig bij, en de grachten aan weerskanten van de weg zijn ook niet echt de ideale plaats om je wagen in te parkeren.
Nu en dan zien we ook een of meer gehaaste deelnemers in de achteruitkijkspiegel opduiken, opzij gaan om ze door te laten is niet altijd even evident. Ik zag en hoorde al een tijdje een Caterham achter me, gevolgd door een TVR, beiden met de behoefte om snel de rit af te haspelen ... voor me ligt een bocht naar links met aan de rechterkant een beetje plaats om opzij te gaan. Ik zet me aan de kant, we worden voorbij gestoven door beide wagens, we kijken naar elkaar, halen onze schouders op en zien dan rechts van ons in de graskant een paaltje met een bordje en een letter. Ook deze wordt netjes op ons controleblad genoteerd, en we zijn er ongeveer zeker van dat deze letter ontbreekt op het blad van beide deelnemers die nog meer gehaast waren. Een eind verder draaien we rechts onder een brug, om dan vervolgens links een spoorwegovergang op te rijden. De slagbomen zijn open, geen rood licht en net op het moment dat we opdraaien horen we een trein in volle vaart afkomen. Ik gooi alles dicht, Jurgens hart slaat een slag over, en ... we zien geen trein ... Tenminste, niet voor onze neus op de overweg, wel bovenop de brug waar we net onderdoor reden. Bleek dat het TGV traject boven ons hoofd liep en er daar een trein voorbij raasde. Zonder verdere incidenten bereiken we Saint-Sylvestre-Cappel en feestzaal “La Pommeraie” voor het middagmaal (quiche, kippefilet met sla en aardappel, abrikozentaart, water of bier). We geven onze controle kaart af (“’t ziet er goed uit ...” zegt Jurgen me, “ik denk niet dat we veel gemist hebben”), en horen de gebruikelijke conversaties van andere equipes (“moesten we dit ook opgeschreven hebben ?” of “Oei, ik heb alle letters opgeschreven die ik onderweg tegenkwam en mijn controleblad bevatte niet genoeg vakjes ...”). Een klein uurtje later krijgen we een nieuw roadbook en een nieuwe controlekaart. We rijden de parking af en stoppen 100 meter verder om het roadbook te analyseren. Weerom geen valstrikken, de controlekaart bevat echter veel minder vakjes en het reglement meldt dat er in de namiddag maar hier en daar letters staan. Tegen een uur of vier bereiken we opnieuw Vieux-Berquin voor de korte namiddag stop. Na een klein kwartiertje bollen we weer de parking af, noteren netjes de letter “O” op het stopbord aan het einde van de parking en rijden het dorp uit. En dan merken we ineens een indringende benzinegeur ... A aan de kant, motorkap open en jawel : vlotter van de voorste carburator vast. Ik duik in de koffer, haal er de gereedschapsrol uit, en met een kleine Engelse sleutel is het euvel snel verholpen. Ondertussen waren er al een viertal anderen gestopt om hun hulp aan te bieden. Onderweg passeren we nog een aantal stempelcontroles en bereiken omstreeks zes uur de finish in Armentières waar nu beduidend meer volk verzameld is. Er staat een kleine file, en de A is niet bepaald gelukkig met stilstaand verkeer en een hete motor. Ik zie de temperatuurmeter stijgen en weet uit ervaring dat de benzine te warm zal krijgen met “vapor lock” als gevolg. We geraken toch zonder ongelukken op het podium, geven ons controleblad af aan de organisator en zijn benieuwd wat er zal volgen. Er staat nu wel een nummer 48+ op de lijst van de presentator. Hij heeft het nu over een rode MG A van ’59, ziet mijn naam, er komt een paar keer “eu, eu” uit en dan besluit hij mijn voornaam uit te spreken als “Keun”. Alweer een lach op ons gezicht : in sommige delen van West-Vlaanderen is dit een synoniem voor “konijn” of “een mooi meisje”. We rijden terug naar de zaal waar we ’s morgens zijn vertrokken, en informeren naar het tijdstip van de prijsuitreiking. Deze volgt om kwart voor zeven, we besluiten nog dat kwartiertje te wachten en dan op zoek te gaan naar een benzinepomp (ik was de laatste 20 kilometer al ongerust geworden over de nog resterende hoeveelheid brandstof). De oudste
deelnemer (86 jaar jong) krijgt een beker, de van verst komende deelnemer (Duitsland), beste prewar geklasseerde wagen (er waren er maar twee, 50 % kans op een prijs), beste dames equipe (er waren er drie, maar 33 % kans op een prijs), eerste algemeen (Austin Healey) en dan ineens, eerste classic car : Jurgen tHooft en Koen Ackermans. We krijgen een beker en felicitaties voor onze eerste
deelname en onmiddellijk in de prijzen. Iets na zeven besluiten we naar huis te rijden, we vinden een benzinepomp aan een grootwarenhuis die een bankkaart aanneemt, tanken, vertrekken en jawel, weer de benzinegeur. Stop, motorkap open, en nu is het de andere carburator die beslist de benzine er uit te gooien. Engelse sleutel opgediept, vlottertje terug los en alles terug ok. Ik zet Jurgen af in Wervik, hij rijdt naar Waregem en ik terug naar Oosteeklo. Thuisgekomen omstreeks twintig na negen, met een kleine 500 kilometer op de teller en een grote smile op mijn gezicht : ’t is leuk geweest !